Eindelijk
is de dag dan toch gekomen. Een jaar voorbereidingen en op 7 juni, zou om 2 uur
de wekker gaan. Wat is dat toch altijd raar, dat wanneer je de wekker zet, je
al voor die tijd wakker wordt. Precies om 1.45 uur. John en ik gaan er uit.
René wordt ook wakker en schuift meteen zijn bedbank in elkaar. Alles voor het
ontbijt weer klaar zetten. Ik krijg er helemaal niets in. Maar de anderen
proberen toch nog wat naar binnen te werken. Pannenkoeken, die René de avond er
voor gebakken heeft, brood en pap. Ik heb mijn hardloopkleren al aan en probeer
nog even mijn lampje uit. Dus ik loop naar buiten en hoor stemmen. Jack en
Antoon zijn er al. Dus ik loop even naar ze toe en zij lopen mee naar binnen.
Ze krijgen een bakkie koffie, om even wakker te worden en na te genieten van
hun ritje van Alpe d’Huez naar Villard-Reculas. Het duurt niet lang of we
hebben alles bij elkaar gezocht en we zijn op weg.
Ik ben nu
al zenuwachtig. Ik zit in de bus bij René, John en Jack, de anderen in de bus
van Bernard. Bij de grote rotonde naar de Casino toe gaan we er uit. Alle
fietsen uitladen, nog even de joggingbroek uit. Marije schiet nog een paar
mooie plaatjes. Erwin komt er ook aan gefietst, we zijn compleet. Het is nog
heel erg rustig. Vorig jaar stond er op deze plek al een motard, maar nu is er
nog heel weinig verkeer. Nog even een groepsfoto en de mannen gaan op pad. John
nog even een dikke kus, iedereen een knuffel, ook voor Marije, want ik vergeet
dat zij er bij de volgende stop niet uit gaat.
We rijden
naar de rotonde waar de start plaats vindt. Ik stap uit en loop naar de grote
tent. Het is nog heel erg rustig en ik draal dan ook een beetje zenuwachtig
heen en weer. Pff, dit is eigenlijk niets voor mij, maar ik ben er, dus zal er
het beste van moeten maken. Ik zie geen bekenden en ga uiteindelijk maar even
zitten bij een tafeltje met een paar stoelen. Het zijn aluminium stoelen, dus
koud, zal ik wat drinken of niet. Nee dus. Een tafeltje naast me komen 3 dames
zitten. Twee gaan er gelijk naar het toilet. Ik moet eigenlijk ook nog even
voor de start, maar wacht nog even. Zodra de andere twee dames terug zijn loop
ik met de overgebleven dame op. Samen lopen we naar de dixi’s aan de overkant
van de weg. Het is nu toch al druk geworden. Een hele sliert fietsers komt er
van de berg af. Er arriveren wat meer lopers en ook een aantal die naar het
toilet moeten. Het is aardedonker en ik ben blij dat ik mijn lichtje mee heb,
kan ik tenminste nog iets zien, niet dat je in een dixi veel wilt zien hoor,
maar toch. In de eerste is geen toiletpapier, dus de volgende maar. En ja hoor,
toiletpapier. Snel even doen waar ik voor kom en ik loop weer terug naar de
grote tent. Mijn stoel bij het tafeltje is nog leeg en ik ga weer even zitten.
Ondertussen zie ik Armand binnen komen en hij roept naar me: “Hé Heidi”. Ik
zwaai en glimlach. Hij gaat ook niet bij de grote groep zitten, maar aan een
tafeltje achter me, samen met nog wat andere lopers. Ik probeer me een beetje
af te sluiten voor alles wat er gebeurt, maar dat valt niet mee. Er komt een
man aan mijn tafeltje zitten, die begint over alles wat er niet goed gegaan is
met het regelen van de kleding voor Alpe d’HuZes, hier heb ik helemaal geen zin
in. Maar ik luister toch, geef af en toe antwoord en gelukkig is het tijd om
naar de start te gaan. Armand loopt achter mij langs en geeft me een tikje op
mijn schouder, tijd om op te staan. Ik sta op, de man aan mijn tafeltje
achterlatend. Ik loop heel rustig naar de start, Armand doet nog even een woordje
en daarna Barbara van het K.W.F. Dan klinkt het startschot en zijn we weg, nog
voordat de fietsers gestart zijn. Die starten wat verderop in het dorp, dus die
moeten nog even een stukje fietsen, voordat ze er zijn. Ik loop heel rustig met
de stroom mee, het is nu al warm. We worden al hard aangemoedigd door de mensen
langs de kant. Geweldig dat deze mensen nu al klaar staan om ons aan te
moedigen. Heel rustig proberen te ademen, rustig lopen en zoveel mogelijk
genieten. Het is wel een prachtig gezicht hoor, al die lopers, met hun lichtjes
aan de voor- en achterkant. Ik loop al een tijdje achter twee dames. Die hebben
een beetje hetzelfde tempo, dat loopt dus lekker. Het begin is altijd wel
heftig. Zo steil en je moet zo goed om je ademhaling en hartslag denken. Maar
het gaat goed en in het donker lijkt de berg net wat kleiner. Na 32 minuten ben
ik in La Garde, het steilste stuk is nu voorbij. Het is hier heerlijk druk, dat
geeft ook weer een beetje verlichting. Terwijl ik loop komen de mannen allemaal
één voor één voor bij. Eerst Erwin, dan John die even aan de binnenkant fietst
en mee een handje geeft. Daarna Bernard die even mijn naam roept, dan René en
als laatste Roel. Leuk om ze allemaal even gezien te hebben. Ik krijg een boel
complimentjes van de fietsers, mooi tempo, wat loop je goed. Heerlijk om dat te
horen. De dames ben ik ondertussen al een tijdje kwijt. Toch wat sneller gaan
lopen, zo’n 5,5 k/u. Dat loopt net iets lekkerder. Ik heb de hele week al een
beetje last van mijn scheenbeen en dat wordt iets erger naarmate ik verder
loop, maar geen aandacht aan schenken, gewoon wegdenken! Verder lopend wordt
het heel langzaam licht. Dat is wel heel fijn hoor. Mijn lampje van mijn hoofd
af en in mijn jaszak. Het is nog steeds warm, maar het is wel al weer frisser
dan beneden. Af en toe komt er een man naast me lopen, hij loopt met een
maatje, maar die kan het niet zo goed volhouden. Dus hij wacht steeds op hem in
een bocht. Ik kom hem dus een aantal keren tegen en één keer met zijn
loopmaatje. Samen lopen we tot bocht 1 en naar het dorp Alpe d’Huez toe raak ik
hem weer kwijt. Hè hè, ik ben er weer bijna. Nou ja bijna, nog tot bocht 0 en
daar nog verder naar de finish. Overal staan mensen en ze geven me een high
five en moedigen me aan. Lekker hoor. Ondertussen kan ik bijna mijn enkel niet
meer bewegen, dus dat is wat minder, maar het is nu nog maar zo’n klein stukje.
Onder het tunneltje door richting bocht 0 is het wel heel erg rustig gewoon
doorlopen en dan eindelijk zie ik het appartement, waar vorig jaar Lars Roos in
verbleef. Daarna ben ik bij bocht 0 en stijgt het nog een beetje tot de
rotonde. Er is een heleboel muziek en ik loop door tot de afslag naar de
officiële finish van de Tour. Als ik verder loop hoor ik de aanmoedigingen van
de familie. Aan de linkerkant van de weg staan ze allemaal. Ze zwaaien en
Marije maakt foto’s leuk J. Ik loop verder naar de finish.
Daar staat Betty iedereen binnen te praten. En ook mij natuurlijk. Ik geef haar
een dikke knuffel en loop verder. Eerst even langs de dokter. Daar is het heel
erg rustig en een mevrouw helpt me en roept even naar buiten om een dokter te
halen. Er komen er meteen twee aanlopen. Een man en een vrouw. Met z’n drieën
even naar een kamertje. Schoenen uit en op een bed plaatsnemen. Ik leg uit waar
ik last van heb en de diagnose is snel gesteld. Een irritatie van de voorste
scheenbeenspier. Nog een keer de berg oplopen is uitgesloten, om erger te
voorkomen. Ik krijg een pil, diclofenac en krijg er nog eentje mee voor
vanavond. De vrouwelijke dokter sprayt coolingspray op mijn scheenbeen ter
verlichting. Ik moet in ieder geval de eerste tijd even met mijn been omhoog
blijven zitten, daarna rustig aan. Balen dus, maar ik had al zo’n gevoel. Toen
ik mijn enkel niet meer kon bewegen, door de pijn, wist ik dat het niet
helemaal goed meer zat J. Maar ja toch één keer omhoog
gelopen in 2 uur 32 minuten. Ik loop naar de familie, meteen even het slechte
nieuws brengen en ik kan het nog even droog houden. Ik krijg allemaal knuffels
en ze zijn evengoed hartstikke trots. Ik kleed me even om. En ga even in de bus
liggen, onder het dekbed, om het niet koud te krijgen. Erwin komt binnen en
geeft me een dikke knuffel en dan John. Dan houd ik het natuurlijk niet meer
droog. Dikke tranen rollen over mijn wangen. Zo had ik het niet gepland. Beide
mannen troosten me. Ze weten hoe het voelt. Maar dat maakt het niet minder k…
Maar ik moet me er overheen zetten. Dat gaat lukken hoor. Even helpen met de
mannen verzorgen, wat eten. Water halen bij Hellen in de hotelkamer. Zo blijven
we bezig. De mannen komen één voor één binnen en we hebben naast ons een hele
leuke band spelen, Silly-Putty. Goede muziek en de fietsers en lopers blijven
maar voorbij komen. Heerlijk. Het is nog steeds niet erg warm, dus gewoon nog
een jasje aan en een lange broek. Het is een geweldige dag. Heerlijk dat Jack,
Hellen, Corinne, Antoon, Marloes en Marije er bij zijn. Af en toe komen Ayesha,
Amy en Merel ook nog even kijken, samen met de pa en ma van Erwin. Eén grote
familie, geweldig. En genieten. De teleurstelling van eerder vanmorgen al weer
een beetje vergeten. De mannen komen voor de derde keer binnen. John wisselt
van fiets en gaat voor de 3e keer naar beneden. Zo rouleert het de
hele tijd. De één komt binnen de ander gaat. Tussendoor eten en drinken we wat.
John sms’t me dat hij Lies bij het begin van de beklimming een “Hermannetje”
gegeven heeft, Lies is begonnen aan haar “dag”. Fietsen van bocht naar bocht en
genieten van het hele evenement met volle teugen. Dat heeft ze verdiend. Met
haar vleugels op alles achter haar laten, wat ze de afgelopen tijd heeft
meegemaakt. John komt voor de 4e keer binnen en gaat in de auto
zitten. Over en uit, het is klaar. Erwin geeft hem een stevige knuffel. Ik ben
beretrots op hem. Hij is zo’n ongelooflijke kanjer. Ik hoopte dat hij dit keer
de 6 zou halen, maar eigenlijk is dat helemaal niet belangrijk. Het doel zoveel
mogelijk geld ophalen en Lies naar boven te krijgen is bereikt, dat is het
allerbelangrijkste. John even verzorgen, droge kleding aan, wat te eten en
drinken geven en hem even met rust laten. We staan weer bij het dranghek voor
de auto’s, moedigen de fietsers, lopers, wheelers en handbikers aan. Wat een
helden allemaal. We wachten nog op Liesbeth, ze is onderweg, maar waar precies
blijft steeds een beetje raden. Bernard en René zijn ondertussen onderweg voor
de 6e beklimming. Terwijl we zitten te wachten tot iedereen binnenkomt,
komt Maarten Peeters ook binnen. Hij staat bij de band naast ons, samen met
Margriet Eshuijs. En je gelooft het niet, maar ze zingen ook nog de twee Alpe
d’HuZes liedjes. Bijna een privé concert, wat prachtig. John, Marije, Roel en
ik genieten er dan ook volop van, dit zijn de pareltjes, die zo’n dag zo
bijzonder maken. Samen met Rempt en Caroline Bos zingen we uit volle borst mee.
Geweldig en prachtig. Tranen over onze wangen. Na de liedjes gaan we weer terug
naar onze stek en wachten op de binnenkomst van Lies en Bernard. René is
ondertussen gearriveerd. Onze familie staat bij het tunneltje en sms’t zodra
Lies en Bernard er zijn en ja hoor, daar zijn ze. Wij zijn ondertussen
omgekleed in ons HaDeOo tenue en gezamenlijk rijden we naar de finish. Wat een
mensen en wat een geweldige sfeer. We horen iedereen juichen en roepen. We
schijnen zelfs op tv te zijn geweest, want we krijgen heel veel reacties, dat
mensen ons gezien hebben. Geweldig hè, vooral voor Liesbeth. Zij geeft Betty
nog een knuffel en dat is een prachtige afsluiting van deze dag. Na de finish
is onze familie weer compleet. Knuffels van iedereen en John komt zijn nichtje,
Mici en haar man Sven nog tegen. Zien we ze toch nog even op de valreep. Leuk!
Mici is met Alpe d’HuZus een keer naar boven gelopen en Sven vandaag 1x omhoog
gefietst. Knap hoor. Wat een geweldige prestaties weer van iedereen. Na dit
alles gaan we weer naar de auto’s, nemen afscheid van Erwin, Ayesha, Amy, Merel
en de vader en moeder van Erwin. Ook Hellen, Corinne, Antoon en Marloes een
dikke knuffel, zo lief dat ze er waren. Jack rijdt nog even met ons mee om zijn
auto op te halen. Alle fietsen in de bussen en we gaan op pad. Er stond dat we
pas om 9 uur naar beneden mogen, maar we proberen het gewoon en zonder
problemen. Na bocht 6 naar Villard-Reculas en Jack is verbaasd dat het zo’n
smal weggetje is dat hij vanmorgen gereden heeft. Terug gaat hij van Villard
naar Allemont, via Bourg de Alpe weer op J.
Wij zijn weer heerlijk thuis. Wij hebben alle was verzameld, doe ik morgen wel
in de machine. Tenslotte hoeven we nog niet meteen naar huis. Wel meteen even
de oven aan en de nasi er in zetten. Nog even wat eieren bakken en satésaus
maken en we kunnen aan tafel. Als iedereen onder de douche geweest is gaan we
aan tafel. We proosten met champagne op een geweldige dag en een meer dan
geweldige opbrengst tot nu toe, € 28.500.000,= ongelooflijk!!! En dat is nog
niet alles, want de toezeggingen zitten daar nog niet bij. Dus er kan zomaar
nog 3 mio bij komen. Na het eten nog even kletsen, maar daarna gaan we al snel
naar bed. Lekker slapen!
Vrijdagmorgen
gaan John en René weer brood halen bij de bakker in Allemont en zetten we het
ontbijt klaar. We eten weer gezellig met zijn allen en gaan straks eerst even
naar Bourg om daar koffie te drinken en een taartje te eten. Dat hebben we nog
niet met zijn allen gedaan. We rijden via bocht 6 naar beneden en we zien dat de
vlaggen nog in bocht 8 hangen. Lies heeft een nagelschaartje bij zich en de
mannen gaan proberen ze naar beneden te halen, maar dat blijkt helaas niet
mogelijk te zijn. Te hoog, dus nog even afwachten. Marije maakt nog wel even
wat mooie foto’s van de vlaggen. We rijden dus naar beneden. Wat drinken op het
terras bij de banketbakker, daarna even naar de mevrouw met de mooie sieraden
met stenen en parels. Marije heeft vorige week een prachtige ring gezien met
een facet geslepen steen, die gaat om haar vinger J. René koopt nog wat kleine
souvenirs, net als alle anderen. Daarna rijden we naar boven. Eerst even de
kaarsjes zoeken die we neer hebben laten zetten, kunnen we ze weer mee nemen
naar huis en geven voor wie ze daar stonden. Daarna toch nog even naar de
winkel om de restjes van de merchandise te bekijken. We nemen nog wat kadootjes
mee. Ik zie Esther van Winden van Alpe d’HuZus staan en moet haar even een
knuffel geven. We kletsen een tijdje, wat een lieverd is het toch. Frank haar
man heeft dit jaar de regie over de receptie, wat een berenklus. Ik heb hem nog
helemaal niet gezien. Straks maar eventjes langs J. We willen eigenlijk nog wel even wat eten en het
liefst friet met mayonaise. In het straatje van het hotel van Hellen en Jack is
een snackbar en daar bestellen we 8 friet. Het is er lekker druk, één van de
weinige eetgelegenheden die nog open is, dus we hebben een redelijke wachttijd,
maar dat hebben we er graag voor over. Ondertussen gaat er een leuke cadeauwinkel
open en daar gaan Marije en ik even kijken. We zien daar een hele leuke mok met
engelvleugels als oor en we besluiten om deze aan Lies kado te geven. Ik neem
voor mezelf nog een prachtig grote Franse mok mee. Als we buiten komen, geven
we het kadootje meteen aan Lies, ze vindt hem prachtig! Niet lang daarna komen
de mannen met de friet naar buiten en kunnen we ons daar lekker aan tegoed
doen. Naast de snackbar is ook nog een winkel met mooie merken en omdat die net
open gaat, gaan we daar ook nog even naar binnen. Wel mooie spullen, maar ook
nog akelig duur, dus zonder tasje naar buiten J. We zijn bijna weer bij het Palais des Sports en Lies
en ik gaan even kijken of de vlaggen misschien inmiddels gearriveerd zijn. En
jawel hoor, na even wat zoekwerk, hebben we ze alle vier gevonden. Weer een
vinkje op ons to-do lijstje. Daarna lopen we weer naar boven en ik zie dat
Frank bij de receptie staat. Esther staat achter hem en we geven elkaar een
dikke kus, even kletsen en daarna zijn we weer weg. Goed om hem ook nog even te
spreken. We hebben Jeroen ook nog eventjes gesproken en hij is vanavond niet op
het feest. Dus ook van hem even afscheid nemen. Op mijn weg naar buiten kom ik
ook Armand nog even tegen. Hem nog even bedanken voor alles wat hij gedaan
heeft. Nog een dikke knuffel, want hij heeft nog een bespreking binnen. Wat een
kanjer J. Ondertussen wordt het voor ons ook
tijd om thuis nog even wat te eten. Lekker wat brood met aïoli en dergelijke
als voorafje en een heerlijk glas champagne. Dat kan ik altijd wel drinken,
zonder dat er reden voor is. Na het eten, knappen we ons eventjes een beetje op
en gaan we weer naar het Palais des Sports voor het eindfeest. We staan lekker
achteraan en kunnen het goed volgen. Het is wel weer lekker warm, zoals altijd.
Iedereen levert zoveel mogelijk muntjes in en we hebben al veel blikjes cola en
sinas. Alle vrijwilligers worden bedankt, staan op het podium en Margriet
Eshuijs en Maarten Peeters zingen het Alpe d’HuZeslied. We zingen luidkeels mee
en er vloeien weer vele tranen. Ik sta heerlijk dicht tegen John aan, mooi om
dit weer zo mee te mogen maken. Na het lied, treedt de band Silly-Putty op, die
de hele dag naast ons heeft staan spelen. Geweldig. Ik heb nog zoveel muntjes
over, dat ik op zoek ga naar iets anders te drinken, rode wijn of zoiets. Maar
als ik bij de bar kom zie ik dat ze ook Prosecco hebben. Daar neem ik twee
flessen van mee, maar moet wel even geduld hebben, want de kurkentrekker is
zoek. Ik laat één fles open maken en loop terug. De anderen zijn al lekker aan
het hossen en ik geef Lies de fles, die schut een paar keer en de champagne
spuit er uit. Een grote slok en ze geeft de fles door. We vieren een klein
feestje en een meneer maakt eventjes een foto van ons allemaal. Wat een pret,
wat een opluchting en wat heerlijk dat alles zo goed is gegaan. Wat een
heerlijk feest. We lachen en dansen, dat het een lieve lust is. Maar om half 11
is het toch tijd om op te breken. We drinken in het huis nog even wat en gaan
daarna lekker slapen. Lies, Bernard, Roel en Marije, willen morgen niet al te laat
vertrekken.
Zaterdagmorgen
halen John en René voor de laatste keer brood bij de bakker. Bernard is er ook
al heel vroeg uit en dekt de tafel. Zodra John en René er zijn eten we voor het
laatst met zijn allen. Om half 9 zitten alle twee de auto’s vol en na veel
knuffels en kussen, zien we de twee auto’s vertrekken. Wat een stilte. Wij
ruimen alles even op en gaan daarna naar Bourg, nog even naar de markt om te
kijken of er nog paarse knoflook is, die ik mee zou nemen voor Laura en ook
voor Lies en Marije. Maar dat is op de hele markt niet te vinden. Dus ik neem
alleen wat worstjes en kaas mee. Wat een heerlijke dingen hebben ze toch
allemaal. We drinken, natuurlijk nog even wat op het terras bij de bakker en
daarna gaan we weer terug naar huis. John en René willen nog één keer de Alpe
beklimmen, dus we eten eerst nog even wat en daarna gaan de mannen op pad. Ik
ga lekker even in een ligstoel zitten met een boek en een kop thee. Lekker
hoor, dat heb ik de hele vakantie nog niet gedaan. Maar dat is dan ook meer uit
nood geboren, ik mag nu even niet lopen en heb geen zin om te fietsen. Dus even
op rust en genieten. Af en toe even een was in de wasmachine en in de droger,
kunnen we mooi alle kleding schoon weer mee naar huis nemen, dat is ook lekker.
Er steekt een raar windje op en ik ga alvast wat koffers inpakken. Dat ruimt al
weer lekker op. De mannen komen terug en ze hebben lekker gefietst. Ik doe even
een pizza in de oven, kunnen we die als voorgerecht eten. John belt even naar
La Douce Montagne of we daar kunnen eten, maar daar kijken ze eerst naar
Nederland tegen Denemarken en gaan daarna aan de barbecue. Niet echt ons ding,
dus wij slaan even over. Dan rijden we gewoon naar Alpe d’Huez om te kijken wat
daar open is. Niet veel, maar we vinden een restaurant in het straatje van
Hellen en Jack en volgens mij is dat het restaurant waar zij ook gegeten
hebben. We bestellen allemaal hetzelfde, een goed stuk vlees, met friet en
groenten. René met pepersaus, John en ik zonder saus. Het is heerlijk. Voor mij
teveel dus René mag de rest van mijn vlees opeten. John eet mijn frietjes op.
Daarna rijden we terug naar huis. Bijna alles is al ingepakt, dus ik bel even
bij Jan en Claartje aan om te vertellen dat wij morgen op tijd vertrekken. Jan
vraagt of wij straks nog even wat komen drinken, ik sla over, ga op tijd naar
bed, want ben vreselijk moe van de pillen die ik neem. Dat zijn verdomd goede
slaappillen J. John belooft straks nog even met
René een kop koffie te komen drinken, ik ga op tijd slapen. Zo gezegd zo gedaan
en zodra mijn hoofd het kussen raakt, slaap ik al. Ik hoor John nog wel binnen
komen, krijg nog even een kus en val weer in slaap. Wel lekker hoor.
Het enige
nadeel is, dat ik ook weer op tijd wakker wordt. Weer net voor de wekker
wakker, in plaats van om 5 uur ben ik om half 5 wakker. Dus toch er maar uit.
Niet eten, wel even wat warm water mee en alles wat in de vriezer en koelkast
ligt in de koeltas doen. De laatste dingen in de auto. Nog even kijken of we
niets vergeten zijn en weg zijn we. Op weg naar beneden zien we nog één keer
een hert lopen, hij springt zo de berm aan de linkerkant in. Het duurt niet
lang of ik val weer in slaap en wordt om half 9 wakker. Dat is nog eens luxe.
We stoppen even om te tanken, een theetje, koffie en croissants en chocoladebroodje.
Zo ons ontbijt zit er weer in, we kunnen weer verder. En ik val weer heerlijk
in slaap. Rond 11 uur word ik weer wakker en zitten we vlak voor Luxemburg.
Rond 12 uur een broodje kopen en eten en weer terug in de auto. Nu even wat
lezen op de Ipad, ik heb er thuis 5 boeken op gezet, maar niet één gelezen. In
Limburg stoppen we nog een keertje voor een broodje. Ik neem hem mee in de auto
om hem later op te eten. De mannen eten hem meteen op. Ik heb nog blikjes in de
koeltas en die haal ik er uit. Na de sanitaire stop rijden we weer door en zijn
om half 5 bij het huis van René. Zijn fiets en tassen er uit en ik krijg van de
vader en moeder van René een heel lief bloemetje en bonbons. Lief hè. Na een
knuffel rijden wij door naar ons eigen huis. De bus even op de oprit van de
parkeergarage en ik neem alvast een heleboel tassen mee naar boven. Die zet ik
binnen neer en daarna weer naar beneden. Daar staan al een heleboel tassen bij
de lift en die neem ik in één keer mee naar boven. Op onze etage er uit gooien
en weer naar beneden. Ik neem even het hondje mee naar beneden, zodat John daar
de kratjes met etenswaren op kan vervoeren. Hè, hè de bus is leeg. Ik begin
meteen met uitpakken, want als dat gebeurd is, dan ruimt dat al weer heerlijk
op. Het duurt dan ook niet zo heel lang of alle tassen en koffers zijn leeg.
Lekker hoor. Ik bel even mijn vader en moeder, dat we thuis zijn en bedank ze
voor de mooie bloemen en de krant die er ligt. Heel lief, wat een boel teams
hier uit de buurt deden er mee. John heeft eten besteld en dat is er al
redelijk snel. Dus we eten samen eventjes wat en kijken nog even naar het
voetbal. Daarna ga ik al redelijk snel naar bed. Been weer omhoog en het duurt
niet al te lang of mijn lichtje gaat weer uit J.
Maandagmorgen
zijn we toch op tijd weer wakker. Om 8 uur gaan we er uit. Ik ga alvast wat
wassen draaien, ik heb Humphrey, onze fysio gebeld, of ik vandaag misschien
even bij hem terecht kan. Humphrey belt rond 9 uur en ik kan om half 1 bij hem
terecht. Dat is lekker, kan hij even kijken wat er precies aan de hand is en
wat ik verder moet/mag doen. John brengt even de bus terug naar Athlon, eerst
wat vlaaien halen en dan op weg. Ik was ook nog even de vlaggen van onze
sponsoren. Wat zijn die vies geworden zeg. Die kunnen dus ook wel een wasbeurt
gebruiken. Ik heb ook nog even twee broden in de oven gedaan, hebben we straks
lekker vers brood. Later misschien even wat boodschappen doen en anders morgen.
Op tijd naar Humphrey, we wachten even en er is iemand op de loopband aan het
lopen. Humphrey komt er aan en we kletsen even over Alpe d’HuZes, John heeft
voor de vriendin van Humphrey, Lida, gereden en ook tijdens zijn eerste klim
nog even gebeld. Lida heeft John een sms’je gestuurd, maar die heeft hij niet
ontvangen. Blijkt dat de dame die op de loopband liep, Lida is. Dus even aan
elkaar voorstellen en John geeft Lida de kaars die wij voor haar in bocht 6
hebben laten branden tijdens Alpe d’HuZes. Zij vindt dit heel erg mooi en
vertelt John dat hij een mooi plekje in haar huis krijgt. Ik loop ondertussen
met Humphrey mee om naar mijn scheenbeen te laten kijken. Een ontsteking aan de
pees van de musculus tibialis anterior is het verdict. Zorgen dat ik aan de
diclofenac blijf en blijven smeren met de diclofenac crème. Hij maakt alles
goed los en het voelt eigenlijk best goed. Een paar dagen geleden deed het al
zeer als ik de crème er op smeerde en nu kan ik het losmaken goed hebben. Dus
toch al verbetering. Ik mag voorlopig niet hardlopen, wel op de crosstrainer en
fietsen, maar niet spinnen. Rustig aan dus, maar licht trainen. Dat ga ik doen.
Vandaag nog niet, maar morgen. Ik maak een nieuwe afspraak voor volgende week
maandag en John en ik rijden even naar de Huesmolen. Bij de drogist even kijken
naar diclofenac, maar het is daar zo belachelijk druk, dat we weer verder gaan.
Even kijken of de opticien open is, maar helaas, niet dus. Rijden we lekker
weer naar huis. Ik bel even naar de huisarts en vertel dat ik bij de fysio
geweest ben en van de dokter van Alpe d’HuZes diclofenac heb gekregen. Ik krijg
van haar hetzelfde voor geschreven en kan dat vanmiddag na 4 uur bij de
apotheek ophalen. Thuis even nog wat eten en mijn been weer insmeren. Daarna
rustig op de bank mijn verhaal schrijven, dat vergt wel wat tijd, de foto’s
synchroniseren met Picasa, zodat iedereen de links kan krijgen en de laatste
wassen in de wasmachine en in de droger. Ondertussen is het nu kwart voor 8,
zit ik met mijn benen op de bank Frankrijk – Engeland te kijken, terwijl ik
mijn stuk schrijf. Het laatste van deze Alpe d’HuZes. Ik zal jullie nog één
keer schrijven, als we naar de cheque uitreiking zijn geweest op 7 oktober
aanstaande. Dat duurt nog eventjes, dus dan heb ik vast wel weer meer leuke
verhalen J.
Jullie
horen weer van me!!!
Liefs,
Heidi
Geen opmerkingen:
Een reactie posten