2e dag
Col de Soulor en Aubisque.
Om half 7 ging de wekker. John moet er vroeg uit, want de
start is vandaag om 8 uur. Om kwart voor 8 inschrijven. Hij gaat zich alvast
helemaal klaar maken en ik blijf nog even liggen. Nog moe van de rit van
gisteren, maar voor vandaag staat er weer een prachtige rit op het programma.
De lange route is zo’n 130km, die van ons, de korte, is 60km. Vandaar dat John
er vroeg uit moet. Om 7 uur ontbijten we, lekker op tijd J.
We hebben een zelfgemaakte flan met banaan en perzik bij het ontbijt en
natuurlijk, weer verse croissants, broodjes, jam, sapjes, etc. Heerlijk, maar
ik krijg op dit tijdstip nog niets door mijn keel. Dus ik eet alvast een deel
van een croissant en neem een broodje en de flan mee. Voor later. Na het ontbijt
zet John even zijn fiets op de auto en al zijn spullen er in. Om half 8 gaat
hij op pad. Een dikke kus en knuffel en weg is hij. Ik ga nog even liggen. Een
beetje doezelen, want van slapen komt natuurlijk niets meer. Veel te
zenuwachtig. Ik prop de croissant naar binnen en drink nog wat thee. Meer gaat
er echt niet in. De hele nacht heeft mijn maag en darmen opgespeeld en het is
nog steeds niet rustig binnen in mij. Rustig rijden dus vandaag. Om 9 uur sta
ik eigenlijk al klaar om te kunnen vertrekken. Ik stuur even een sms’je naar
Suzy, met wie ik vandaag weer gezellig ga fietsen en zij stelt voor om naar
haar toe te komen. Ik stap dus op mijn fiets. Heb wel een windjack aangedaan,
want het zal wel koud zijn en ja hoor, echt koud. Maar binnen 10 minuten ben ik
op de camping. Gezellig even met Suzy kletsen. Wilco, die naast hun een huisje
heeft rijdt vandaag met ons mee, samen met nog 19 anderen en een motard, Edwin.
Om kwart voor 10 staan we bij de inschrijving en er zijn nog niet zo heel veel
fietsers. Even kletsen met de mensen die er wel zijn en zodra we compleet zijn,
doet Wilco even een woordje en zijn we weg. We zouden met z’n allen de eerste
kilometers rijden, maar zodra we het dorp uitrijden, gaat het al berg op, dus
Suzy en ik laten al een gat vallen met degene die voor ons rijden. Veel
opmerkingen natuurlijk, dat we ingehuurd zijn om te knechten en geen gaatjes
mogen laten vallen. En wij natuurlijk dat ze dan niet goed zijn ingelicht, want
dat wij toch echt altijd diegene zijn die als laatste binnen komen. Nou ja, het
duurt dan ook niet lang of we rijden op de voor ons welbekende plek, achteraan.
Helemaal goed, kunnen we ons eigen tempo bepalen en rijden we niet in het rood.
Rond hartslag 155, dan gaat het helemaal goed komen. Ik heb nog steeds last van
mijn maag, maar het is de ene keer erger dan de andere, gewoon doorfietsen,
dus. Edwin de motard komt steeds aan ons vragen hoe het gaat en het duurt niet
lang of we zien de groep stilstaan langs de weg. Een fotomomentje, lief dat ze
op ons wachten en we eten en drinken even wat, foto nemen en we zijn weer weg.
Het is nog wel een stukje fietsen naar het begin van de klim, de Soulor. Maar
uiteindelijk draaien we toch via een dorpje de klim op. Suzy schakelt klein en
oeps ketting er af. Gelukkig stonden er nog een aantal mannen te wachten, dus
die helpen haar en geven haar een duwtje om weer op gang te komen. En weg zijn
we. Heel rustig fietsen, op ons kleine verzetje. Kletsend en genieten van het
uitzicht, want dat is hier wel heel erg mooi. Af en toe synchroon hijgen,
puffen, kreunen en steunen, om onze ademhaling weer een beetje onder controle
te krijgen. We klimmen steeds hoger en het uitzicht wordt steeds adembenemender.
Edwin de motard, ligt op de weg om een foto van ons te maken. Er staat namelijk
een ezel midden op de weg te slapen en nu daar heeft hij ons mee vereeuwigd. Na
ruim 2 uur zijn we eindelijk op de Soulor. Lekker wat water drinken, iets
proberen te eten, maar dat gaat bijna niet, zo misselijk. Maar het zakt ook
weer weg, gelukkig. Op de Soulor staan een paar hele grote ezels en die zijn
ook nog brutaal. Vreselijke schooiers om brood of iets anders eetbaars. Suzy en
ik gaan eventjes naar het toilet. Weer zo eentje waar je binnenkomt, adem in
moet houden en pas weer uitademen als je buiten bent. Daarna rijden we naar de
Col de Aubisque. Nog maar 8 kilometer klimmen J. Zodra we op de fiets zitten, begint het dalen en
daar hadden we natuurlijk niet op gerekend. Als we een soort van parkeerplaats
zien, stoppen we even om een jasje aan te doen. Anders worden we echt veel te
koud. De afdaling duurt ongeveer 2 kilometer en jullie snappen het natuurlijk
al, daarna kunnen de jasje weer uit, want we moeten klimmen en dan krijgen we
het weer te warm. We zien weer een aantal hele grote roofvogels vliegen en
natuurlijk lopen er weer heel veel schapen, koeien en ezels rond. We zien een
hele grote Pyreneeënhond lopen, die de schapen opvangt die van boven komen,
maar gelukkig zijn deze schapen nog een stukje van ons verwijderd. Op de weg
ligt ook een wit kalfje, wat een schatje, te leuk en nog zo klein. We fietsen
er heel langzaam voorbij. Ondertussen klimmen we weer verder en gelukkig staan
er weer borden met de kilometers tot de top en het stijgingspercentage tijdens
deze kilometer. We rijden nu achter Suzanne en een man, Suzanne is van de week
onderuit gegaan en fietst nu toch even die berg op, maar is een stuk
voorzichtiger gaan fietsen. We rijden door een tunnel die de naam niet mag
hebben en we rijden daarna door een langere tunnel, die pikkedonker is en dat
is toch best eng. Suzanne en metgezel fietsen net iets harder, dan dat wij doen
en we zijn weer met z’n tweetjes. Suzy ziet een koe bijna van de berg vallen.
We moeten allebei vreselijk lachen om het idee dat één van ons onder zo’n koe
terecht zou komen, armen en benen er net onder uit, geplet. Helemaal niet leuk
om zo te lezen, maar wij vonden het heel erg grappig. Zo’n 3 kilometer voor de
top zien we Jos lopen, hij ziet het helemaal niet meer zitten en gaat gewoon
lopen. Wij bieden nog aan hem op zijn fiets te helpen en met hem mee te
fietsen, maar het aanbod wordt afgeslagen. Dus fietsen wij weer heel rustig
verder. Nog een akelig steil stuk voor de boeg, waarschijnlijk de zwaarste
kilometers van de klim, maar na 50 minuten zijn we boven. We worden met gejuich
ontvangen. Leuk hoor, maar we hebben nu echt het eind in de bek, om het zo mooi
te zeggen. Eerst even een theetje, broodje, bouillonnetje en lekker even
zitten. De groep van de lange tocht is nog niet binnen en wordt ook nog niet
heel snel verwacht. Dus even uitrusten. Suzy heeft vreselijk last van haar
knieën en mijn lijf vind me nu helemaal niet meer aardig. Alles doet pijn, wat
een watje. Na een tijdje komt de eerste fietser van de lange tocht binnen en we
ontvangen hem met gejuich en applaus. Onze groep gaat om half 3 afdalen en wij
vertellen dat wij niet mee gaan, maar wachten op onze mannen. Gerrit heeft om
10 voor half 3 een sms’je gestuurd, dat hij op de helft is, dus zal over een
half uurtje, 40 minuten binnen zijn. Ik haal voor Suzy en mij even wat te
drinken, even iets anders dan thee, bouillon of water. Even liggen in het gras,
wel met een windjack aan, want het waait aardig hier boven. Rond 10 over 3 is
John binnen en Gerrit komt niet al te lang daarna. Allemaal snel wat droogs
aantrekken, want anders krijgen ze het koud. We drinken met zijn viertjes nog
even een bakkie op het terras van de bar en na een plas, gaan we ook afdalen.
Best een pittige afdaling, dus niet te snel. Het is hier wel vreselijk mooi
hoor. Wat een uitzichten, wat een plaatje. Ook nu komen we natuurlijk weer
ezels, schapen en koeien tegen, maar het kalfje zien we niet meer. Door de
tunnel en vlak bij de Soulor stoppen we even, want hier doen we even onze
jasjes uit, want nu gaan we weer klimmen. Even 2 steile kilometers. Dat is
altijd zo raar, na een tijdje gedaald te hebben, om dan weer in je ritme te
komen om te stijgen. Maar het lukt, natuurlijk en als we bij het bord van de
Col de Soulor zijn, stoppen we even en willen we onze jasjes weer aandoen.
Laura komt er ook net aan en maakt even een foto van ons. Daarna dalen we met zijn
allen af. Wat een lange afdaling en een groot deel hebben we gisteren in de
regen gefietst. Bij een winkeltje, in een dorpje staat Laura weer, die konden
we niet bijhouden met dalen! Vanaf hier is het nog ongeveer 13 kilometer. Even
stoppen, weer wat gevoel proberen te krijgen in onze handen. En daarna gewoon
weer verder afdalen. Ik rijd achter John en voor ik het weet zijn we al weer in
Argèles-Gazost. Jeetje wat een autoverkeer. Het is vrijdag, daar zal het wel
door komen. We laveren tussen de auto’s door, af en toe een toeter van een
fransman die vindt dat hij voorrang heeft en we zijn weer op de camping. We
melden ons even af en spreken af om elkaar straks om 7 uur weer te treffen. Het
is nu kwart voor 6. John en ik rijden even langs de Carrefour, even allerlei
lekkers halen om vanavond te eten. We hebben geen zin om naar een restaurant te
gaan en brood valt bij mij toch het best. Ik heb wel besloten om morgen niet
weer zo’n zware rit te rijden. Gewoon mijn lijf even laten bijkomen en Suzy
gaat ook niet, haar knieën vinden haar niet lief meer. Na de Carrefour even
alles bij het huisje neerzetten, douchen, omkleden en weer terug naar de
camping. Om 18.55 uur zijn we er. Nog niet zo heel erg druk, iedereen nog aan
het douchen etc. waarschijnlijk. Maar Suzy en Gerrit zijn er al snel en de
deelnemersbijeenkomst begint. Monique een ouder met een dochter met een
energiestofwisselingsziekte vertelt haar verhaal. Mooi om te horen hoe haar
dochter met haar ziekte omgaat. Na het verhaal kan er gegeten worden en wij
blijven nog eventjes kletsen met Gerrit en Suzy, want de rij is nog wel heel
erg lang. John haalt eventjes wat te drinken en kwart voor 8 breken wij op.
Gerrit en Suzy gaan eten halen en wij naar het huisje. Daar gekomen fietsen van
de auto, tassen mee naar binnen, met de kleding van John. Ik zet lekker even
een kop thee en we eten de heerlijke broodjes en daarna hebben we dan zo’n
instortmomentje J.
Morgen weer vroeg dag, John start weer om 8 uur. Ik ga met Suzy, onze mannen en
de andere deelnemers aanmoedigen. We doen dus de Aspin en Tourmalet met de auto
J.
Heel veel liefs, Heidi
Geen opmerkingen:
Een reactie posten