maandag 21 mei 2012

Jarig, Lébioles, Waalse Pijl en generale repetitie AD6

Woensdagmorgen al vroeg wakker, een dikke verjaardagskus van John en hij gaat nog even naar Humphrey voor zijn nek. Er zit iets vast, maar wat? Ik krijg alvast een theetje op bed, lekker hoor. Ik blijf natuurlijk nog even liggen, heerlijk. Maar niet lang daarna toch uit bed, we moeten de koffers nog pakken voor een weekendje in Creppe, in de omgeving van Spa. Dus even alle fiets- en loopkleding bij elkaar zoeken en ook nog wat "gewone" kleren. Het duurt niet lang of. Ons hele bed ligt voor met alles dat mee moet. Wat kan een mens een troep mee hebben :-) maar ja wat extra setjes, voor als het slecht weer is, die heb je dan wel nodig. John komt thuis en we stoppen alles in de koffers. John heeft de fietsen al op de auto gezet. Dat is dus al klaar. Nog even kijken of we alles hebben en we gaan op pad. Onderweg is het lekker rustig, je kunt alleen wel zien dat hemelvaart er aan komt, wat een caravans op de weg. Allemaal een lang weekend op pad. We stoppen even bij een tankstation. Even wat water en een broodje meenemen. John wilde brood van Otten meenemen, maar daar stond hij voor een dichte deur. Dus geen vers brood. Dan maar een tankstation broodje, bruin landbroodje gezond. Ondertussen heeft John de Mini weer volgetankt, we kunnen weer verder. Weer dezelfde route als twee weken geleden, het wordt nog een bekend ritje zo. Bij Luik is er wat oponthoud, daar zijn ze met de weg bezig. Maar het duurt niet lang of wij moeten van de snelweg af en richting Spa. Rond een uur staan we voor onze bestemming. Nog net zo mooi als in september en nog lekker rustig. Onze kamer is al klaar, dus we kunnen daar meteen naar toe. We slapen niet in het hoofdgebouw, maar vlakbij het zwembad en daar lopen we dus even heen. Een klein trappetje op en we zijn er. Een mooie kamer, daar houden we het wel vier dagen uit! We halen even alle bagage uit de auto. Dus een paar keer het trappetje op en af, dat is weer goed voor de conditie. Zelfs de fiets van John gaat naar boven. Die is zo gewend om binnen te staan, dat we dat er in houden J. Daarna pakken we even onze spullen en rijden met de auto naar Spa. Even wat rondlopen en we lopen even de kledingwinkel binnen, waar John vorig jaar een leuke broek heeft gekocht. We lopen naar binnen en worden heel vriendelijk, in het Frans, geholpen. Pff, dat blijft toch altijd weer even wennen hoor, alle woorden vinden in het Frans. Maar het lukt en John heeft weer twee leuke broeken er bij. Ik loop nog even over de damesafdeling, maar heb eigenlijk niets nodig. En anders ga ik wel naar Karin van BijKaar, daar kan ik altijd wel iets leuks vinden, zonder moeite. Na het shoppen kijken we of we nog ergens wat kunnen eten. Bij een brasserie om de hoek stappen we naar binnen. Daar kunnen we alleen nog wat eten van de kleine kaart, maar dat is ook helemaal prima. John gaat voor een omelet, ik voor een foccaccia met Parmaham. Erg lekker, het was ook wel weer een tijdje geleden, dat we wat gegeten hebben. Met een gevulde buik rijden we een stukje door de omgeving en daarna weer terug naar het hotel. Lekker even zitten, wat schrijven en John leest het gesigneerde exemplaar van Thomas Brauns “Ga toch Fietsen”. Dit exemplaar heb ik via de veiling van Erwin bemachtigd. Leuk hoor. Ik lees hem als we naar de Alpe gaan. Om half 7 gaan we naar de bar voor een aperitief. Een heerlijk glas champagne. En daar komt natuurlijk ook het grote boek om te kijken wat we willen eten. De chef heeft er wel een heleboel lekkere dingen op staan, dus we gaan voor het 7 gangen verrassingsmenu. Zonder schaal- en schelpdieren en voor John geen orgaanvlees. En wat zullen we er bij drinken. Nou je wordt natuurlijk maar één keer 47 jaar, dus een hele mooi fles rosé champagne. Heerlijk hoor. De amuses arriveren en voor we het weten kunnen we aan tafel. Een mooi plekje en al snel stroomt het restaurant vol. Een gezellig gezoem van pratende mensen. We krijgen ons eerste gerechtje een eitje gegaard op 65 graden met zomertruffel. Heel erg lekker, dit kenden we nog van de vorige keer. Daarna een ui, gegaard in de oven, uitgehold en daarin bieslook, spekjes en een stevig visje. Erg lekker, op naar het volgende gerechtje. Ondertussen natuurlijk de champagne nuttigen en ook water zonder bubbels. Een dorade met een kruidenkorst daarna een bakje met ossenstaart als hoofdgerecht een stukje lamsvlees. Als toetje allerlei variaties van rabarber. Ik kan geen pap meer zeggen en ondertussen is het al elf uur. Geen thee en koffie meer na, maar gewoon heerlijk naar bed. Nog even op de computer kijken wie er allemaal berichtjes gestuurd hebben en wat blijkt: We zijn door de € 50.000,= gegaan. Dat is toch wel een heel erg mooi verjaardagskado. Met een gelukzalig gevoel ga ik slapen.



Donderdagochtend, natuurlijk evengoed weer om 6 uur wakker, mijn automatische klok werkt gewoon door. Even er uit, plassen en wat water drinken en weer lekker terug in bed. Het is echt zo’n bed met van die fluffy dekbedden en kussens. Daar verdwijn ik helemaal in, wat een luxe. Om 8 uur toch lekker uit bed, even onder de douche, haren weer in het gareel en naar het ontbijt. Dit keer staat het buffet in de lobby opgesteld, waarschijnlijk een boel mensen die komen ontbijten, dus is de ruimte in de eetzaal nodig en staat het buffet in de lobby. Lekker aan tafel zitten, we krijgen jus d’orange en bestellen koffie en thee. Daarna genieten van de lekkere broodjes en beleg. Na het ontbijt wil John eigenlijk even een fietstocht doen en ik ga ook even fietsen. Dus omkleden en even bedenken welke kleren er aangetrokken moeten worden. Lange broek over mijn hadeoo fietsbroek en toch maar een regenjasje aan. Het is nog best fris. Maar dat duurt natuurlijk niet lang, want zodra we het hotel verlaten hebben gaat de weg al snel omhoog en de beklimming duurt een aardig tijdje. Tot op de top van de Col de Rosier. Dit is wel een prachtig stuk om hard te lopen. We laten de Rosier links liggen en dalen af via de klim die ik twee jaar terug gedaan heb hier. We komen beneden en gaan linksaf richting Roanne de Coo. Bij de voet van de beklimming neem ik afscheid van John. Ik ga hier naar boven fietsen en John gaat natuurlijk nog een extra lusje doen. Het op twee na kleinste verzet er op en gewoon rustig naar boven peddelen. Het is hier heel rustig. Ik kom langs wat huizen en geniet van het heerlijke weer en de rust. Er komen een paar auto’s uit tegenovergestelde richting en wat fietsers, maar dat zijn er niet zo heel veel. In het dorpje Roanne, richting Moulin de Ruy zie ik op de berghelling links ons hotel liggen. Wat een mooi gezicht. Heel rustig fiets ik door. Niet buiten adem raken, gewoon rustig door fietsen. Ik heb namelijk geen idee hoe lang de klim duurt en wanneer ik bij Ruy kom, waar de klim naar van de Rosier begint. In Moulin de Ruy is er een splitsing, daar hebben we het gisteren niet over gehad. Ik besluit links aan te houden, hopelijk is dit de goede kant, want hij gaat wel lekker naar boven, nou ja, anders moet ik afdalen en de andere kant op. Maar ik kom toch aan in Ruy. Hier heb ik gisteren een plaatje van gezien op internet, dus hier begint de 4,5 kilometer lange klim. Hier is het meteen ook een stuk drukker met fietsers. Ze komen me, natuurlijk, voorbij gefietst, maar iedereen zegt vriendelijk gedag. Leuk hoor. Ik fiets heel rustig de haarspeldbochten door, het is best warm, het zonnetje schijnt, genieten dus. Het is toch nog heel rustig en ik fiets hele stukken alleen door een bos dat aan het ontluiken is. Allemaal van die mooie lichtgroene bladeren, alles ruikt nog zo heerlijk fris. Ook nu heb ik geen idee wanneer ik boven aan de klim zal zijn. Ik weet dat John 17 minuten over de klim deed in Luik-Bastenaken-Luik, maar hoe lang zal ik er dan over doen? Ik heb werkelijk geen idee. Niet 2x zo lang, zo’n 25 minuten schat ik. Nou dan kan ik nog wel even door klimmen. Ik fiets door een dorpje en daar is het weer lekker steil. Een groepje wielrenners komt me voorbij en groet me. Er zijn veel renners met dezelfde kleding. Ziet er toch altijd leuk uit. Ik word ingehaald door een echtpaar. De man zit heel rustig op zijn fiets, de vrouw gaat van de ene naar de andere kant. Ik zit ook altijd heel stil, mijn benen doen het werk en ik probeer zoveel mogelijk te genieten van alles om me heen. En op de één of andere manier ben ik toch zomaar boven. Ik zie de groep wielrenners in de blauwe tenues aan het eind van de beklimming staan. Zodra ik bij ze ben beginnen ze te applaudisseren en roepen: “Klasse hoor”. Ik lach en bedank ze, zal maar niet zeggen dat ik vorig jaar ook de Alpe op gereden ben J. Leuk hoor zoveel enthousiasme. Ik hoef nu alleen nog maar af te dalen naar het hotel. Niet vergeten links af te slaan naar Creppe, anders zit ik zo weer in Spa en dan moet ik de hele beklimming van Spa naar Creppe weer doen. Dat doe ik dus niet J. De afslag naar Creppe en hier is de weg weer heel erg rustig. De andere weg richting Spa is redelijk druk met auto’s. Het duurt niet lang of ik kan weer linksaf slaan naar het hotel. Nog even een klein klimmetje en dan ben ik boven op het plateau. Nu naar het hotel afdalen. Het landweggetje naar het hotel is donker en er schiet een eekhoorntje voor mijn wiel langs. Lief…In de kamer, ga ik lekker even op bed zitten, mijn voeten onder de dekens. Ik had al een tijdje slaap in mijn linkervoet en nu is hij erg koud. Dus hopelijk warmt hij zo even op. Nou niet dus, dus even het dekbed van John er ook nog bovenop. Eigenlijk wil ik even gaan zwemmen, maar heb daar toch geen zin in. Dus blijf nog lekker even liggen. Ik krijg een sms’je van John dat hij op de Wanneranval zit, in het restaurant waar we twee weken geleden met z’n allen hebben gezeten, tijdens het Alpe d’HuZes weekend. John heeft daar weer een tosti gegeten en koffie gedronken en de mevrouw van het restaurant herkende hem ook nog. John gaat via de Rosier weer terug naar Creppe. Dat duurt dus nog wel even. Ik ben toch op de een of andere manier in slaap gevallen en ik zie dat de uitzending van de Giro is begonnen op tv. Half 3 dus, dan zal het niet meer zo lang duren dat John binnen komt. En ja hoor, een klop op de deur en hij is binnen. 4,5 uur op de fiets gezeten. John wil nog even wat uitwandelen. Ik doe mijn joggingbroek aan en een t-shirt met een trainingsjack en we wandelen even een stukje. Gezellig. Het is nog heerlijk zonnig weer, dus als we weer terug zijn in het hotel, gaan we even op het terras zitten. Daar zitten nog mensen te eten. We vragen of we ook nog wat kunnen eten en voor gasten van het hotel maken ze nog een croque monsieur. Nou dat lijkt me heerlijk en John ook. Met een heerlijk theetje en John koffie. De tosti is wel een hele flinke. 5 broodjes, mijn hemel, dat is echt veel tosti. Ik red dat dus niet en na 4 houd ik het voor gezien. Maar John lust die van mij nog wel. Goede koolhydraten, goed voor de opbouw naar zaterdag. Na de heerlijke tosti gaan we weer terug naar de kamer. Even nog mijn benen omhoog leggen om te rusten en rond half 7 gaan we toch weer naar de bar. Weer zo’n heerlijk glas en ik had gisteren al een beetje bedacht wat ik vandaag wilde gaan eten. Vooraf asperges op Vlaamse wijze en daarna Simmentaler beef. Lijkt me heerlijk. Verder geen wijn meer, even rustig aan J. De asperges zijn heerlijk en een lust voor het oog op het bord. Het restaurant is een stuk minder vol dan gisteren. Vandaag komt het hoofdgerecht een stuk vroeger dan gisteren, en het ziet er echt prachtig uit. Een soort tuintje van groente met een stukje vlees er bij. Heel mooi. Toch een heerlijk glas Bordeaux uit 2003, genieten. We nemen nog wat thee en koffie na en daarna naar de kamer. Ik masseer nog even John zijn rug. Hij heeft er toch nog wat last van, dus even los maken. Ik had er al een beetje op gerekend en had al massageolie meegenomen. Daarna gaat John nog even wat lezen en mijn ogen vallen al snel dicht.



Evengoed om 6 uur wakker. De vogeltjes zingen hier ook al volop, gezellig hoor. We blijven nog wel even liggen en ik spring weer even onder de douche. Het leuke aan deze douche is dat het een thermostaatkraan is, met een handdouche en een stortdouche. De ene kant gaat de handdouche aan en de andere kant op de stortdouche. Maar die is altijd in het begin even koud en je moet in de douchecabine staan om hem aan te zetten. Dus altijd even een schrikmomentje met koud water en daarna is het heerlijk. Maar toch steeds eventjes opletten J. Daarna gaan we lekker met z’n tweetjes naar het ontbijt. Heerlijk rustig is het nog. En het wordt ook niet erg druk. Vanochtend werden we wakker met regen en tijdens het ontbijt trekt het helemaal open. Dat is heerlijk. John wil nog even kijken waar de start van de Waalse Pijl is en na het ontbijt gaan we dus eventjes met de auto naar Spa. We gaan eerst even wat boodschappen halen voor zaterdag. We moesten nog wat tandpasta hebben, want dat was ik vergeten en voor John wat Madeleines (goed fietsvoer) en bananen voor onderweg. Verder de hele dag door goed eten, koolhydraten stapelen, zodat hij zaterdag de dag goed door kan komen. Maar er zijn genoeg verzorgingsposten onderweg, waar de mannen stroopkoeken, wafels, bananen en dergelijke kunnen pakken. Ze komen vast niet om van de honger J. De Delhaize is vlak bij de start van de Waalse Pijl dus na de boodschappen in de auto gezet te hebben lopen we daar naar toe. Het is twee nummers verder en echt maar 20 meter, dus dat weten we ook weer. Daarna rijden we even terug naar het centrum, auto even parkeren en we lopen nog even een rondje. We gaan even naar het winkeltje waar ze hele lekkere snoepjes met allerlei soorten fruitsmaakjes verkopen. Ze zijn piramidevormig en onwijs lekker. Een halve kilo gehaald en daarna lopen we even naar een heel klein koffietentje om een theetje te drinken en voor John koffie met water. Buiten komen er steeds meer fietsers voorbij. Het wordt al drukker J. Ondertussen is het prachtig weer geworden en John wil nog een klein rondje fietsen. Dus we gaan weer terug naar het hotel. John doet zijn fietskleren aan en ik mijn hardloopkleren. Ik wil nog even een klein uurtje loslopen. Gewoon heel rustig om de doorbloeding weer even op gang te brengen. John gaat op weg voor een rondje van 2 uur en ik loop via de oprit naar het dorp, Creppe, ik kom langs een huis waar een oma en haar kleindochter naar buiten komen. Ik zeg de mevrouw gedag en zij zegt gedag terug met als toevoeging: “Bon courage”. Wat zoveel betekent als veel geluk/moed. Lief hè. Ik loop rustig verder, langs het caféetje bij de rotonde, waar morgen alle fietsers van de Waalse Pijl langskomen en waar ik ga staan voor een foto momentje van de mannen. En ik loop richting de manege. Een klein beetje dalend, maar niet veel. Daarna ga ik rechtsaf en kom op de weg die naar de Rosier leidt. Dit stijgt wel, maar heel geleidelijk. Als ik zo’n 35 minuten onderweg ben, keer ik om en loop weer richting ons hotel. Nu heerlijk afdalen, tot vlakbij het hotel, waar er nog een klein venijnig klimmetje in zit en daarna alleen maar vlak, want dan loop ik weer boven op het plateau. In de kamer kleed ik me even om. Bikini aan, zwempak en handdoek mee. Ik ga lekker even liggen en alvast een stukje schrijven. Ik krijg het warm, het lijkt wel een subtropisch zwembad, dus ik ga eventjes zwemmen. Even mijn badpak aantrekken, even onder douche, haren wassen en een paar baantjes trekken. Zo dat is wel lekker. Jammer dat het bad zo klein is, dus er moet veel gekeerd worden. Ik heb het hele bad voor mezelf, lekker rustig dus. Aan de overkant ligt een mevrouw heerlijk te slapen en ik zwem nog een paar baantjes. Daarna even in de stoomcabine. Dat is ook lekker. Daarna weer onder de douche en even mijn droge bikini aan. Ik ga weer op het bedje liggen en het duurt niet lang of ik zie John ons pand in gaan. Hij heeft geen sleutel om de kamer in te komen, maar ik heb hem een mailtje gestuurd, dus hij zal zo wel bellen. Voor de zekerheid pak ik mijn spullen bij elkaar en loop naar de kamer. En ja hoor, daar staat hij. Ik vraag of hij niet gezien heeft dat ik bij het zwembad zat. Nee, dat had hij nog niet gelezen. John heeft een lekker tochtje gemaakt. Ik vertel dat ik een uurtje gelopen heb en dat het goed ging. John wil graag nog een tosti eten en ik kleed me even om en doe wat aan mijn haren. Daarna lopen we naar het hoofdgebouw en gaan even in de bar zitten. Even wat drinken en we bestellen allebei een tosti. Het is helaas te koud om op het terras te zitten, dus we blijven binnen. De tosti’s arriveren en zijn weer zo heerlijk! Ik krijg hem niet helemaal op, dus eentje is voor John. We bestellen nog iets te drinken en gaan daarna naar de kamer. John gaat even douchen en ik kijk eventjes naar de Giro op de Belg. Altijd een heerlijk verslag van de ritten. Ik kijk altijd graag naar de Belgen hiervoor. De NOS zendt trouwens de hele Giro niet uit, heel raar, want het zijn eigenlijk veel mooiere etappes, dan bij de Tour de France, tenminste vind ik. Even andere kleren aan en John en ik gaan naar de lobby, we hebben een sms’je van René gehad, dat ze onderweg zijn naar Spa en de wijn kan koud gezet worden. We bestellen dus even een heerlijke Meursault. Heeft nog wel wat voeten in de aarde, want de eerste die John besteld is er niet meer. Dus een andere, het is tenslotte één van de wijnen die Bernard graag drinkt. Een grote fles water er bij en wat nootjes. Voor mij een heerlijk glas bubbels. Lekker hoor. Nou de mannen kunnen het zeker niet vinden, want we hadden gedacht dat ze er rond 5 uur wel zouden zijn, maar niets is minder waar. Dus wij beginnen alvast J. Ik krijg een sms’je van René dat de mannen nog ontbijt voor morgen moesten kopen en nu aan het afrekenen zijn, het duurt dus nog even. Rond half 6 zie ik de bus geparkeerd worden op de parkeerplaats. Roel belt John, waar ze naar toe moeten; nou gewoon naar de hoofdingang, kan toch niet missen! Ik doe dus maar even de deur open en ja hoor, daar zijn de mannen. Even gezellig in de lobby en de Meursault smaakt goed J. Rond half 7 rijden René en ik alvast naar Sole di Capri in Spa. Bernard en John kijken nog even naar de fiets van Roel, er schijnt iets te kraken en niet het lijf van Roel. René parkeert de auto en we lopen naar het restaurant. Hier zijn we twee jaar terug ook geweest. Na ongeveer een kwartiertje komen de andere mannen binnen en nu moeten er natuurlijk koolhydraten gestapeld worden. Bij John weet ik het dan altijd al. Pasta vooraf en pizza als hoofdgerecht. Dat doen Roel en Bernard ook. René en ik nemen bruschetta vooraf, hopelijk is dat niet zo heel veel. Gelukkig blijkt het een normaal portie te zijn en het is heerlijk. Na de pasta komt de pizza en voor mij tagliatelle basilico. Het is allemaal even lekker. En na dit alles geen toetje voor de mannen, behalve voor René, die lust nog wel een portie Tiramisu J. Voor Bernard en John espresso en voor Roel en mij niets. Om 9 uur rijden we weer naar ons hotel. John legt alvast al zijn benodigdheden voor zaterdag, de Waalse Pijl, klaar. Ik ga alvast heerlijk op mijn bedje liggen. Als John klaar is masseer ik nog even zijn hamstrings. Even de spanning er van af halen, hoewel ze eigenlijk heel goed aanvoelen. Daarna nog even kijken naar Dalziel en Pascoe op de Belg en daarna heerlijk slapen, de wekker gaat al weer op tijd.



En wel om kwart over 5 gaat de wekker. We waren natuurlijk al weer voor de wekker wakker, hoe is het mogelijk. Ik blijf nog even heerlijk liggen, terwijl John zich klaar maakt. Ik kijk even naar de BBC, waar live de start van de rondgang van de Olympische vlam op komt. Rond 5 over 6 gaat John op pad. Klaar voor de 220km tocht. Ik krijg om kwart over 6 een sms’je dat de mannen er zijn en ze op pad kunnen. Ik ga nog lekker even slapen, maar het lukt niet echt. Dus de tv aan laten en ik doezel toch nog even weg. Wanneer ik wakker wordt zie ik dat de Olympische vlam net uit een helikopter wordt gedragen en ontstoken aan de toorts. Schijnbaar gaat de vlam over 8000km en 8000 lopers in 70 dagen. Dus dan beginnen de Olympische Spelen in Londen. Ook weer leuk. Om half 9 ga ik mijn bed uit en maak me klaar voor een soort generale repetitie voor de Alpe. Het zijn tenslotte nog maar 3 weekjes, dan is alles al weer voorbij. Voor de zekerheid neem ik een jasje mee, maar doe hem nog niet aan. Ik ga namelijk bijna meteen klimmen, dus dan word ik vanzelf warm. Het is heerlijk weer. Zonnetje, niet te warm, dus ik heb niets te klagen. Het is ongeveer 6 km naar de Col de Rosier, alleen maar klimmen, dus ik zal er denk ik zo’n uurtje over doen. Gelukkig weet ik nu een beetje wat er komen gaat, doordat ik het stuk van de week gefietst heb. Maar lopend is het toch altijd weer anders. Ik loop heel rustig door. Het moet wel een duurloop blijven, dus mijn hartslag moet zo laag mogelijk blijven. En het gaat goed. En wat is het stil! Afgezien van de auto’s die af en toe voorbij razen, komt er helemaal geen verkeer voorbij. En de stilte is bijna oorverdovend. Prachtig hoor. Ik kom aan het einde van het weggetje en moet hier rechtsaf. Rustig verder klimmen en het duurt nog wel even voordat ik bij het hoogste punt ben. Deze weg is een stuk drukker en af en toe komt er een fietser naar beneden gesuisd. En natuurlijk heel veel auto’s. Maar het is niet zo druk als gisteren, maar het is ook nog vroeg. Er komt me een fietser voorbij gereden en ik ben al bij het Museum, nog een klein stukje dus voordat ik bij de Rosier ben. Hier hoor ik ineens een hard brommend geluid en komt me een Ferrari met een bloedgang tegemoet rijden. Wel een mooi geluid hoor. Ik kijk op mijn horloge en ik ben 40 minuten onderweg en sta al bijna bij de afslag waar ik linksaf de Rosier afdaal. De fietser zie ik ook net afslaan naar links. Niet veel later begin ik dus aan de afdaling. Heel erg rustig, want afdalen met de fiets daar hoef je helemaal niet voor te doen, ja remmen, maar met lopen moet je toch echt zorgen dat je niet te snel gaat, anders lopen je benen zo onder je vandaan. Ik dus rustig aan en het is heerlijk om hier te lopen. Er komen een aantal fietsers naar boven, maar nog allemaal zonder stuurbordje, dus geen deelnemers aan de Waalse Pijl. Ik kom door het dorp Andrimont, hier is het al aardig warm, de zon schijnt dan ook nog steeds. Ik weet nog dat het hier ook erg steil was, dus even mijn snelheid wat terugschroeven en wat rustiger lopen. Ik zie een Berner Senner in een klein slootje aan de kant staan en moet aan mijn mondhygiëniste, Christa denken. Die ook zo’n hond heeft. Bij een boerderij komt ook nog een Border Collie op me afgelopen. Ik negeer hem, dat leer je als je naar de Dog Whisperer op National Geographic kijkt. En de hond geeft ook geen aandacht meer aan mij. Ik krijg een klein beetje last van mijn knieën omdat ik mezelf zo tegen moet houden tijdens de afdaling. Ik voel ook de aanhechting van mijn buikspieren. Rustig doorlopen, het dorp uit, een stukje nog langs wat weiland en in de bocht bij Chevrouheid, zitten een heleboel jongelui buiten rond een heel groot vuur. Ik loop verder en kom op het kale stuk, waar het ook weer steil is, maar bijna aan het einde van de afdaling. Daar zit ook de fotograaf van Sportograf. En daar komt de eerste fietser van de Waalse Pijl ook al aan. Jeetje, die is snel. Ik loop verder en de fietser zegt me gedag. Wel leuk, want de fietsers die me voorbij komen, zeggen allemaal gedag, dat is anders als je op de fiets zit. Gek hè. Nog een klein stukje door het bos en na de volgende bocht kom ik in het dorp Ruy. Hier is het begin van de beklimming van de Rosier. Ik sta eventjes stil. Even mijn knieën en bovenbenen een paar minuutjes rust geven. Ik zie er echt niet naar uit hoor om aan de beklimming te beginnen, maar ja, ik moet toch echt weer naar boven J. Na wat moed te hebben verzameld, ga ik er aan beginnen. Het eerste stuk is rete steil. Nou ja, heb ik dat maar gehad. Hartslag gaat natuurlijk meteen al weer aardig omhoog, maar nog niet in het rood. Ik loop weer door het bos, jeetje nu hoor je nog beter hoe stil het is. Er komen wel al wat meer fietsers voor bij op de weg naar boven, leuk, heb ik tenminste wat te kijken J. Ik kom weer op het open stuk, waar de fotograaf zit. Zou ze ook een foto van mij maken, vast niet. Dit is ook een heftig stuk en nu kan ik voelen dat ik toch al meer dan 10km in mijn benen heb zitten. Rustig aan, kleine pasjes, niet teveel in het rood. De haarspeldbocht door en ik zeg de fotograaf even gedag en loop rustig door. Begin wel al wat te hijgen en loop weer het bos in. Beneden in Ruy zag ik dat het dorp Andrimont op 4km ligt, dus als ik daar ben, hoef ik niet zo heel erg ver meer. Het valt dus eigenlijk allemaal best wel mee. Ik kom weer voorbij de bocht waar de jongelui bij het grote vuur zitten. Heel rustig loop ik verder. Het lijkt allemaal wel even steil J. Een stukje rechtdoor langs de weilanden en zo kom ik toch weer in Andrimont terecht. Was dat al 4 km? In het dorp is het ook heel erg steil, tenminste zo voelt het. De Border Collie die op de heenweg op me afliep komt nu ook weer op me afgesprongen en ik schrik toch een beetje, de Berner Senner, blaft één keer en dan ben ik al weer een stuk verder. Heel rustig loop ik door het dorpje en sta aan het einde er van heel even stil om mijn hartslag weer wat naar beneden te krijgen. Nu volgt er weer een lang stuk door het bos. Lekker hoor, niet zo warm. Het is ook nooit goed hè. Hier loopt de weg wat geleidelijker, dus niet zo heel steil en volgens mij kan het niet meer zo lang duren of ik moet bij het einde van de weg komen, waar de weg zich splitst. Aan de linkerkant het huis dat te koop staat, dat weet ik nog van de heenweg en ja hoor, aan het einde van de weg zie ik bordjes staan, daar is dus bijna het einde van de klim. Hij gaat nog een beetje door als ik rechtsaf sla. Op de kruising staat een groep mannen van Team Cello en één van de mannen roept iets naar me. Ik versta hem niet en hij vraagt bij welke afdeling van de Nederlandse Bank ik werk. Hmmm, ik roep dat ik niet bij de bank werk, maar voor Alpe d’HuZes loop. Een wielrenner, die bij de Nederlandse Bank werkt en dan Alpe d’HuZes niet kent? Apart. Ik loop weer verder en niet lang daarna voel ik dat de weg veel minder steil wordt en ben ik op het hoogste punt. Nu lekker afdalen en wat nog leuker is, ik zou 200 minuten moeten lopen volgens mijn schema, maar zit nu nog maar op 120 minuten. Nou dat wordt dus een extra lusje lopen. Het gaat nog steeds goed, maar ik kan wel voelen dat mijn benen wat werk hebben moeten verrichten. Maar zo naar beneden lopen gaat natuurlijk heerlijk en lekker snel. Voor ik het weet is er al de afslag naar links naar Creppe. Ik krijg een sms’je. John die met de mannen bij de eerste verzorgingspost is, half 12, goed hoor. Ik sms dat ik op weg ben naar het hotel en waarschijnlijk nog wel een klein stukje extra moet lopen. Ik loop lekker door, ook hier is het heerlijk rustig. Maar nu wel wat meer fietsers van de Waalse Pijl. Ik besluit de route van de Waalse Pijl te volgen en bij de splitsing waar het café zit, ga ik linksaf. Nu nog een stukje afdalen en één stukje klimmen en dan ben ik er. Met 190 minuten op mijn klok en 23,5 km in de benen sta ik weer voor het hotel. Lekker hoor, ik heb trek in een heerlijk glas koude cola. Ik loop onze hal binnen en volgens mij is er nog niet schoongemaakt. En ja hoor, dat klopt, dus ik ga meteen even onder de douche, is dat maar gebeurd en trek mijn badpak aan, bikini, ipad, handdoeken en telefoon mee en ik ga naar de wellness. Lekker daar even liggen. Ik neem even een colaatje mee, weliswaar in een plastic glas, maar daar ga ik heerlijk van genieten. Ik ga in de serre op een bedje liggen. Heerlijk warm, goed voor mijn vermoeide benen. Ik lees even een stukje en stuur mijn ouders even een sms’je hoe het gegaan is. Rond 2 uur zal ik wel een sms’je krijgen, waar de mannen zitten. Maar het is half 3 en de mannen hebben 195km in de benen. Tijd om te eten en te drinken. Daarna nog de lastigste stukken. Ik sms dat ik heerlijk binnen ben. Even relaxen en met een voldaan gevoel weer binnen ben. Ik lees even een boek op de ipad. En na een tijdje vallen mijn ogen toch dicht. Heerlijk hoor zo’n powernap, want binnen een kwartier ben ik weer wakker. Dat had ik net even nodig. Lekker lezen, af en toe wat water halen en de benen wat rust geven. Straks loop ik even naar het café toe om wat foto’s van de mannen te maken, dat is ook weer goed voor mijn benen. Ik lees weer even verder en buiten wordt een tafel gedekt voor de familie die bij ons in het gebouw woont, met 4 kinderen. Wat moet je nu met 4 kinderen in zo’n hotel, maar ja, waarschijnlijk zijn zij niet anders gewend. Tosti’s voor de lunch zie ik. Ik kijk even of de mevrouw van de kamers al geweest is en zie dat de voordeur van ons gebouw dicht is, dus er is iemand binnen. Nog even wachten en dan ga ik naar boven. Om half 4 besluit ik even te gaan kijken en wat schets mijn verbazing, de kamer is klaar, dus ik haal even mijn spullen op en ga lekker op de kamer zitten. Kan ik ook nog een beetje de Giro volgen. Maar eerst zie ik dat er op de BBC triatlon is, dus dat kijk ik eerst even, want in de Giro moeten ze nog 50km. Jonathan Brownlee wint, dus Erik J. Toevallig stond er vandaag op Facebook dat de broer van Erik stopt met voetballen en de broers Brownlee hun borst nat konden maken, dus vandaar mijn berichtje voor Erik J. Daarna even Giro kijken, daar is het vies weer. Wat hebben wij het dan getroffen deze dagen. Er was een heleboel vies weer voorspeld, maar dat hebben we gelukkig niet gekregen. Het zit er wel aan te komen, voor vanavond, maar tot nu toe is het helemaal lekker geweest. Hopen voor de mannen dat het gewoon droog blijft tot ze binnen zijn. Rond half 6 kleed ik me alvast aan en ik loop naar buiten. Het is nog zulk heerlijk weer. Ik loop richting het parcours waar alle fietsers van de Waalse Pijl langskomen. Ik zie ze van verre al voorbij fietsen. Wat een mooi gezicht. De fietsers, die met hun hoofden boven het groene gras van de weilanden uitsteken, gehuld in alle kleuren van de regenboog. Ik kom al dichterbij en het is aardig druk. Ik ga bij de manege staan, daar heb ik een mooi uitzicht over het lager gelegen stuk, waar iedereen uit het bos komt en heb ik genoeg tijd om een paar mooie plaatjes te schieten. Ondertussen komen er steeds fietsers voorbij. De meesten knikken even of zeggen gedag. Leuk. En wat een mooie fietsen komen er voorbij. Ik hoor de fietsers in allerlei talen tegen elkaar praten en een paar vloeken er, omdat het kleine klimmetje best nog wel vervelend is na de lange tocht. Om 10 over 6 krijg ik een sms’je dat de mannen aan de klim van de Rosier zijn begonnen. Hoe lang zullen ze er over doen, op de klim en de afdaling naar het dorp, waar ik nu sta? Ik wacht gewoon af. Er komen nog steeds fietsers voorbij. Bij de manege komt ineens een klein hondje naar buiten en deze rent, luid blaffend, achter de fietsers aan. “Opzouten”, mompel ik hardop en een auto rijdt bijna over het hondje heen. Pfff, die ontsnapt eventjes. Een paar meiden proberen de hond naar binnen te krijgen, maar dat lukt ze niet en hij rent weer blaffend achter een fietser aan. Oh, daar kun je zulke nare ongelukken van krijgen! Gelukkig komt er een man aan en die roept de hond en zorgt dat hij naar binnen gaat. Gelukkig zijn de mannen er nog niet J. Maar niet al te lang daarna zie ik in de verte 4 rood/blauwe shirts, dat zouden ze wel eens kunnen zijn. En ja hoor, ik hoor een boel lawaai, dus dat zijn ze! Snel wat foto’s maken en de mannen komen met z’n vieren naast elkaar rijdend naar me toe. Ik schiet een paar leuke plaatjes en zodra ze voorbij zijn, ga ik weer terug naar het hotel. Nog even wachten tot John thuis komt. Hij sms’t om kwart over 7 dat de mannen bij ons komen douchen. Even dus wat handdoeken klaar leggen. Niet lang daarna zijn ze er. Ik loods Bernard en Roel even naar de Wellness, daar zijn genoeg douches, dus kunnen de mannen lekker rustig douchen en omkleden. René douchet bij ons. Het duurt niet lang of de mannen zijn weer fris en fruitig en gaan op pad, weer terug naar huis. We zwaaien ze uit en daarna gaat John nog even douchen. We rijden nog even naar Spa om te kijken of er bij de Italiaan van gisteren nog een plekje is om te eten. En ja hoor, we hebben geluk, er is nog één tafeltje vrij. John heeft moeite om eten naar binnen te krijgen en had zin in een soepje, maar dat is er niet. Dus een blanke pizza met kruiden en zout en ik hetzelfde als gisteren. Ik kan ook wel wat gebruiken en eet mijn voorgerecht op en daarna wat pasta basilico. John krijgt bijna niets naar binnen, dus we gaan lekker naar het hotel, slapen en we zien het morgen wel weer. Om 10 uur liggen we prinsheerlijk in bed en slapen als twee baby’s.



Zondagmorgen weer op de gewone tijd wakker. Rustig wakker worden. John ziet er al wat beter uit. Hij heeft last gehad van de sportdrank die hij gedronken had. Bij een verzorgingspost was het water allemaal op en heeft hij dus iets anders moeten drinken. Dat valt meestal niet zo lekker op je maag. Maar gelukkig heeft hij het gehaald en dan nu maar een heel goed ontbijt er in stoppen. Ik ga lekker douchen en daarna gaan we naar de ontbijtzaal. Lekker wat eten. John besteld nog even wat scrambled eggs en heeft in ieder geval weer zijn eetlust terug. Goed herstellen dus. Ik heb gelukkig weinig last van mijn benen. Een beetje in mijn bovenbenen, maar verder eigenlijk helemaal nergens last van, gelukkig!!!

John heeft ook weinig last, we zijn toch al aardig getraind J. Na het ontbijt ga ik boven even alles in de koffers doen. Alle vieze was bij elkaar en het schone goed in een andere koffer. Alles is toch weer snel ingepakt, de fietsen staan al weer in de auto en we lopen samen naar de receptie om af te rekenen. We hebben een paar heerlijke dagen gehad. Lekker hoor! Om 10 uur rijden we richting Arnhem, naar Papendal, om de kick-off van Alpe d’HuZes mee te maken en de kleding van Team HaDeOo op te halen. Ik heb al een lijstje gemaakt van alle kleding die ik voor iedereen mee moet nemen, dus dat moet goed komen. Ons teamnummer stond als 013001 op de site. Raar nummer, maar ja, dat kijk ik daar nog wel even na. Als we bij Papendal arriveren, zien we dat het al weer een stuk drukker is dan vorig jaar. De auto’s staan al bij de ingang van het terrein aan alle kanten in het gras geparkeerd. De verkeersregelaar adviseert ons om zodra we een plekje zien, onze auto te parkeren. We vinden een plek, maar dan steken onze fietsen uit, op de weg. Dus John parkeert de auto achteruit in de plek. Helemaal goed, staan de fietsen ook een beetje uit het zicht J. Mijn hemel, wat een drukte. We lopen naar het gebouw en de zaal waar de kick-off plaats vindt, puilt bijna uit. En warm…John en ik lopen even naar een terras. Eigenlijk willen we binnen blijven zitten, maar de man achter de bar zegt dat hij zo bij ons buiten komt. Nou zo, moet nog gebeuren, er kwam werkelijk niemand het terras op. Wat een slechte service. Dan komt er iemand naar buiten, neemt de bestelling op van één tafel en gaat weer naar binnen, zonder een tafel af te ruimen. Dus lopen we weer naar binnen. Het is al aardig druk voor de trap naar beneden, waar de kleding opgehaald kan worden. En klokslag één uur lopen we naar beneden. Eerst even kijken welk nummer we hebben. Er liggen grote lijsten met de namen van de teams en raad eens: We hebben teamnummer 13!!! Nou dat kan alleen maar geluk brengen op de Alpe. Daarna even de kleding ophalen, daar is het rustig, terwijl de rij voor de Alpe d’HuZes winkel steeds langer wordt. Niet te geloven, wat een rij. We gaan de arm- en beenstukken maar weer proberen te bemachtigen in Frankrijk. John en ik controleren of alle kleding er in zit. Alleen mijn loop shirts ontbreken, dat is wel weer jammer, maar die worden nageleverd in Frankrijk, werd beloofd. Dat hoop ik dan maar, anders trek ik het shirt van vorig jaar aan J. We lopen naar boven en we gaan op zoek naar Coen van Veenendaal. Via de veiling van Erwin heb ik op zijn boek geboden en hij gaat hem voor mij signeren. Vorig jaar heb die van Peter Kapitein ook gekocht, dus deze moest ik natuurlijk ook hebben J. Ik zie Coen staan praten met een jongen en ik loop er naartoe. Even wachten en dan stel ik me voor. De jongen die er bij staat, blijkt Bart Berkel te zijn, iemand die ik volg via Twitter en die mijn naam herkent. Leuk is dat toch J. Coen moet even op weg geholpen worden, maar ik zie dat hij het boek in zijn hand heeft, dus hij heeft op mijn gerekend. John stelt zich ook even voor en Coen vraagt of we voor het eerst mee doen? Ik vertel dat we sinds 2010 mee doen en Coen pakt even een pen en schrijft in mijn boekje: “Samen grenzen verleggen, er is niets mooier dan dat. Jij weet dat en ik wens je toe dat je velen mag inspireren dat ook te doen.” Mooi hè. Ik bedank hem met een knuffel en we lopen verder op zoek naar Margot, die ik ook via Twitter heb ontmoet. Maar ik zie haar niet. Wel zie ik Armand verderop staan en we lopen even naar hem toe. Ik vraag hoe de generale gisteren gegaan is en hij heeft lekker gelopen, wel een zwaar parcours vertelde hij, dus hij had de 90km niet gehaald J. Kom ik met mijn 23,5km maar daar ben ik ook trots op hoor. We praten nog even hoe we de komende 2 weken moeten trainen. Rustig aan, af en toe 2x per dag, maar heel rustig. Geen zware inspanningen meer. We nemen afscheid van Armand, we zien elkaar op de Alpe. We lopen een rondje, nog steeds op zoek naar Margot, maar helaas. Nog even beneden kijken of ze daar is en of de rij voor de winkel al geslonken is maar nee hoor. We lopen naar buiten, naar de auto. Er staat al een pittige file. Rustig aan dus. John sjouwt de zak met de kleding en ik loop achter hem. Mazzel dat we de auto al gekeerd hebben, kunnen we er een stuk makkelijker uit rijden. En het duurt ook niet lang of we zijn weer onderweg.

We rijden naar Purmerend, de eerste kleding bij Roel afgeven. Even een thee en koffie drinken bij hem en Marije. Meteen even bijkletsen en voor we het weten zijn we een uur verder. Dan door naar René en John hangt zijn kleding aan de achterdeur. Maar hij is toch thuis en we zeggen elkaar even gedag en daarna rijden we door naar Liesbeth en Bernard. Auto even parkeren en we gaan naar binnen. Lekker gezellig kletsen onder het genot van een theetje en lekkere hapjes. Daarna nog een heerlijke kop soep. Lekker hoor. Rond een half 9 rijden we weer huiswaarts. We moeten de auto nog uitpakken. We zetten even alles in de lift en ik sjouw alles naar binnen. Mooi laten staan, dat zie ik morgen allemaal wel. Niet lang daarna gaan we lekker naar bed. Wat een heerlijke dagen waren het en we zijn weer klaar voor een nieuwe week. Kijken wat die ons weer gaat brengen!



Heel veel liefs, Heidi

Geen opmerkingen:

Een reactie posten